Nieuwsbrief

 

Eldad Kisch

"Profiling"
Lees zijn column
 
Geef het andere Israël moed

Lees verslag 2016

Klik hier

 
 

Denk niet

'ik kan niets doen'

Klik hier

 

B'tselem schiet terug

B'tselem schiet terug

Stenen gooien naar de buren in Hebron

Palestijnse burgers leggen geweld op film vast

Het nieuwste wapen van de Israelische mensenrechtenorganisatie B'tselem  zijn filmpjes waarin kleine en grote gewelddadige incidenten  worden vastgelegd. Maarten Jan Hijmans sprak in Amsterdam met Ronen Shimoni,  medewerker van B'tselem.

door Maarten Jan Hijmans


Het is niet leuk om naar te kijken - tenenkrommend zelfs. Een vrouw - joods, en zoals aan haar kleding en de doek om haar hoofd te zien is, orthodox op een Goesj Emoniem-achtige manier - roept naar het Palestijnse meisje dat de camera hanteert dat ze het niet moet wagen haar huis uit te komen. Vervolgens drukt zij haar neus tegen het hek om het meisje en haar zusje een van de ergste scheldwoorden naar het hoofd te gooien die de Arabische taal kent: 'sharamouta' (hoer).
Het is te zien op YouTube, dankzij de Israelische mensenrechtenorganisatie B'tselem. Wie YouTube + B'tselem googelt krijgt het direct op zijn scherm: een burenruzie in de stad Hebron op de Westelijke Jordaanoever. Joodse kolonisten hebben zich daar jaren geleden genesteld  middenin gewone Palestijnse wijken met de bedoeling de oorspronkelijke bewoners weg te pesten en die wijken geleidelijk over te nemen.
De Palestijnse familie Aboe Ajesha in de wijk Tel Roemeida behoort tot de gelukkigen die kolonisten tegenover zich hebben gekregen die hen al jaren terroriseren. Grootvader Aboe Ajesha heeft het familiehuis helemaal laten inbouwen in een hekwerk, als ware het een kooi, om de joodse overburen te beletten steeds de ruiten in te gooien. Op YouTube – overigens in een ander filmpje – is ook te zien hoe de kleine gekeppelde zoontjes van de overburen, onder aanmoedigingen van hun met een indrukwekkende baard uitgeruste vader, de Palestijnse buurkinderen met stenen bekogelen.

Cameraatjes

Zulke scènes zijn schering en inslag. Er gebeuren nog wel ergere dingen. Kolonisten die olijfbomen  van Palestijnen omzagen. Een Palestijnse taxichauffeur die vertelt hoe hij en alle inzittenden van zijn taxi (van wie er niemand verdacht uitziende zaken, laat staan wapens, bij zich had) zich één voor één naakt moesten uitkleden en met de handen boven hun hoofd naar de overkant van de straat moesten lopen. Een van de overkant van de straat gefilmde nachtelijke arrestatie van een Palestijn, waarbij, na wat onbegrijpelijke waarschuwingen per megafoon , zonder pardon met scherp wordt geschoten en dan ook nog op het verkeerde appartement.

Het is gênant. Het is schandalig. En het is goed dat dit eindelijk – nadat deze terreur al meer dan twintig  jaar aan de gang is – kan worden getoond aan een groot publiek. Dat komt doordat B'tselem verleden jaar het programma 'Shooting back' is gestart, waarbij aan mensen op de Westelijke Jordaanoever digitale cameraatjes zijn uitgedeeld, met de bedoeling dat ze vastleggen hoe ze worden behandeld bij de ongeveer zeshonderd controleposten; welke miserabele, onbegaanbare wegen ze moeten nemen om van A naar B te komen terwijl joodse auto's boven hun hoofd  voorbijsuizen op vierbaanswegen die alleen voor joden toegankelijk zijn; hoe de kolonisten zich tegenover hen misdragen en hoe het leger en de politie  geen paal en perk stellen aan het onrecht, en daar bovenop  hun eigen aandeel eraan leveren.

Nieuwe actie-methoden

Ronen ShimoniHet 'shooting back' programma van B'tselem is nog vrij jong. Het is te vroeg om vast te stellen of het echt impact heeft, vertelt Ronen Shimoni, hoofd  van de afdeling  feitenverzameling van B'tselem, maar helemaal onopgemerkt is het niet gebleven. Zo maakte de vertoning van het 'sharamouta'-incident op de Israelische tv nogal wat discussie los, met name over de rol van een Israelische soldaat die op het filmpje pal naast de scheldende en dreigende koloniste staat zonder dat hij een poot uitsteekt.


B’tselem wendt nog andere ‘activistische’ methoden aan.  Daarmee stelt B’tslemen  de door het leger gepubliceerde versie van gebeurtenissen ter discussie waarbij mensen worden gedood of gewond raken, vertelt Ronen Shimoni. B'tselem heeft tien waarnemers in de bezette gebieden die van gebeurtenissen hun eigen rapportage maken en die wijkt bijna altijd af van de officiële versie van het leger. Regelmatig, zegt hij, wordt op grond van de  rapportage van B'tselem geëist dat het leger een nader onderzoek start naar de juiste toedracht. Als gevolg daarvan zijn nu vele onderzoeken gaande die vaak maanden of jaren beslag nemen.


Een 'succes', als dat zo genoemd mag worden, werd onlangs geboekt. In april werd een lid van de grenspolitie tot 6,5 cel veroordeeld wegens de moord op een 18-jarige Palestijn in Hebron in 2002. Deze jongen, Imran Aboe Hamdijeh, werd na zijn arrestatie gemarteld en van een snel rijdende jeep gegooid. Zijn hoofd kwam daarbij tegen een stoeprand. De zaak tegen de grenspolitiemannen was aangekaart door B'tselem samen met de Palestijnse mensenrechtenorganisatie Al Haq.

Voorbeelden stellen

Ronen Shimoni, die in mei op uitnodiging van SIVMO en een Ander Joods Geluid in Nederland was voor gesprekken met  donor-organisaties en met leden van de Tweede Kamer, is zowel blij als verdrietig over dit vonnis: 'Natuurlijk ben ik niet verheugd als Israelische politiemensen of militairen voor dit soort dingen worden veroordeeld. Maar helaas is het nodig dat er voorbeelden worden gesteld. Wat er in de bezette gebieden gebeurt blijft meestal onbestraft en dat leidt tot grote rechteloosheid. Hopelijk gaat van dit soort straffen een afschrikwekkende werking uit.'

Moeder met vier kinderen

In een recente zaak dwong j B'tselem het leger al tot twee keer zijn versie bij te stellen. Dit betrof  de dood in april van een moeder en haar vier jonge kinderen in Beit Hanoun bij een incident waarbij vanuit de luchtraketten werden afgevuurd op een gewapende Palestijn. Bij dit soort acties komt de vraag aan de orde van 'proportionaliteit'. Het Israelische Hooggerechtshof heeft het zogenoemde 'gericht doden'  van Palestijnse guerrillastrijders niet  verboden  [dat moet je of precies weten of niet willen beweren], maar wel bepaald dat de schade aan omgeving en omstanders  binnen de perken moet blijven. Dat is echter maar zelden het geval. Uit statistieken van B'tselem blijkt dat 35 procent van de Palestijnse slachtoffers van dit soort Israelische legeroptreden in 2007 bestond uit onschuldige omstanders.

Bewustwording Israelisch publiek

Nog weer een anders soort van recent 'activistisch' optreden van B'tselem is een verzoekschrift dat de organisatie begin juni, samen met Yesh Din, indiende bij het Hooggerechtshof tegen de bouw van negen nieuwe woningen in de nederzetting Ofra, ten oosten van Ramallah. Daarbij is aangevoerd dat het hof al eerder had uitgesproken dat de nederzetting grotendeels op Palestijnse privégrond is opgetrokken en dat eerdere orders om illegaal gebouwde huizen af te breken nooit zijn opgevolgd.
Kortom, B'tselem, dat in 1989 tijdens de eerste intifadah werd opgericht door een aantal linkse Israelische politici en academici, heeft wat aggressievere methodes gekozen om – met name het Israelische - publiek te doordringen van de hoge mate van rechteloosheid in de bezette gebieden.

Al jaren publiceert de organisatie jaarverslagen en speciale rapporten over zaken als de gedwongen leegloop van het ooit bloeiende handelscentrum Hebron, de gevolgen van de Muur, de afsluiting van Gaza, de administratieve onmacht van de Palestijnen bij het krijgen van papieren en vergunningen, de ongelijkheid bij de verdeling van water op de westelijke Jordaanoever, de veel te liberale schietinstructies van het Israelische leger, en nog veel en veel meer. Wat concretere stappen kunnen daarbij geen kwaad, want bewustwording van het grote publiek blijft het grootste probleem in Israel.
'Het lijdt geen twijfel dat Israel op de Westelijke Jordaanoever volgens het internationale recht de bezetter is,' zegt Shimoni, 'en dat de nederzettingen en alles wat daarbij hoort als het afsluiten van wegen, controleposten,  gericht doden, het niet verstrekken van voldoende water, illegaal is. Het is belangrijk dat dit besef doordringt. Hoe kunnen we ooit vrede sluiten als we blijven liegen tegen onszelf?'