Israël mag Westelijke Jordaanoever exploiteren
Het internationaal recht geeft aan dat de middelen van een bezet gebied slechts gebruikt mogen worden in het voordeel van de lokale bevolking, tenzij deze middelen nodig zijn voor dringende militaire doeleinden.
In een uitspraak van 26 december 2011 maakt het Israëlische Hooggerechtshof het echter mogelijk voor de Israëlische staat en Israëlische ondernemingen om steengroeven op de Westelijke Jordaanoever uit te buiten. Deze beslissing is volledig in tegenspraak met het internationaal recht en principes die hebben geleid tot uitspraken van het Hooggerechtshof in de laatste dertig jaar. Volgens de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem is er reden tot grote bezorgdheid dat de uitspraak ertoe zal leiden dat Israël de Westelijke Jordaanoever en haar middelen annexeert, zonder mensenrechten voor Palestijnen in ogenschouw te nemen.
De uitspraak van het Hooggerechtshof, geschreven door de president van het Hof Dorit Beinisch en bijgestaan door de rechters Miriam Na'or en Esther Hayut, werd gegeven in reactie op een petitie (ingediend door Yesh Din in maart 2009) tegen Israëlische organisaties die werkzaam zijn in steengroeven in Gebied C op de Westelijke Jordaanoever. Op 10 januari 2012 diende Yesh Din een aanvraag in voor een nieuwe zitting over deze uitspraak, nu voor een uitgebreide jury.
Vind op de website van B’Tselem meer informatie.
- Khader Adnan beëindigt hongerstaking 22/02/2012
- Teken petitie voor hongerstaker 21/02/2012
- Hongerstaking Palestijnse gevangene duurt voort 14/02/2012
- Sterke toename administratieve detentie in 2011 03/02/2012
- Documentaire: Het recht van de bezetting 31/01/2012
