Nieuwsbrief

 

Eldad Kisch

"Profiling"
Lees zijn column
 
Geef het andere Israël moed

Lees verslag 2015

Klik hier

 
 

Denk niet

'ik kan niets doen'

Klik hier

 

Column Eldad Kisch

Kinderachtige wraakoefeningen

Niet vaak kun je zien hoe onvolwassen onze grote leider is, maar in deze moeilijke dagen wordt alles overduidelijk. Abu-Maazen had hem ditmaal te pakken en boekte een politiek succes in de VN. In hoeverre dat de Palestijnen verder zal helpen is een andere vraag. In plaats van zijn verlies als een man te dragen, of zelfs een soort felicitatie te sturen, komt Netanjahoe met kinderachtige tegenmaatregelen, van flink bouwen op de bezette gebieden tot inhouden van hoognodige financiën voor de Palestijnse Autoriteit. Ongeacht de consequenties die dit zal hebben voor de status van Israël in de wereld, is zijn enige zorg dat zijn macho reactie maar goed ligt bij zijn kiezers in januari. Smal eigenbelang gaat hier voor het landsbelang. Zum kotzen! Wij zullen het gelag wel weer moeten betalen. En deze man gaat ons de komende vier jaar de weg wijzen. Ik word daar erg treurig van.

 

Onze laatste tocht op zaterdag ging naar Orief, een dorp van 4000 inwoners ten zuid-westen van Nabloes. De gang van zaken bij dit soort medische poliklinieken loopt meestal volgens een vast patroon, dat ik lang geleden wel eens beschreven heb. Voor de nieuwe lezers even een korte recapitulatie. Bij aankomst 's ochtends in het café van het benzinestation in Taibe, verwelkomt iedereen elkaar hartelijk. De meesten van ons gaan al jaren mee op deze medische dagen. Als de laatkomers eindelijk binnen zijn, worden we bij elkaar geroepen, snel even in een kring. Salah, onze coördinator, vertelt ons wat het reisdoel is, en wij noemen om beurten onze namen en functie. Wij zijn een groep van joodse en Arabische Israëli's, artsen, verplegers, tolken, apothekers, leden van Physicians for Human Rights, allemaal vrijwilligers. We vertrekken gewoonlijk ruim een half uur te laat. De tocht wordt gemaakt in transitbusjes.

 

Bij aankomst bij het reisdoel, meestal een school in een dorp op de Westelijke Jordaanoever, staan er drommen patiënten buiten te wachten, vrouwen en kinderen, strikt gescheiden van de mannen. De gasten worden uitgenodigd om in een zaaltje te gaan zitten. Begroetingen in het Arabisch door de burgemeester, het hoofd van de school of van de lokale medische dienst, en soms de Palestijnse gouverneur van het district, alles trouw vertaald door Salah. Ondertussen krijgen we een klein kopje Arabische koffie.

 

De inhoud van de toespraken is bijna onveranderlijk identiek in deze situatie. We worden hartelijk welkom geheten, de goede en vredelievende bedoelingen van eenieder worden benadrukt, en dan komt er een litanie: klachten over geblokkeerde wegen, afgenomen land, ernstige geweldpleging door naburige kolonisten tegen de lokale boeren, tot mishandeling en moord. Verder omhakken van bomen, of ander vandalisme: brandstichting of diefstal van dieren of agrarische producten. Vergeet niet dat de kolonisten gewapend zijn, en dat deze onverlaten eigenlijk nooit gestraft worden voor hun agressieve daden. Dit alles gebeurt - in het beste geval - met passief toekijken van het leger, of zelfs vaak hun actieve medewerking. De Palestijnse sprekers op zo'n dag hebben maar een verzoek: vertel het verder! Dat doe ik dus hierbij.

 

Voor goed begrip moet vermeld worden dat dit heilige land door God gegeven is aan de joden, in het bijzonder de fanatieke kolonisten. Niks verdeling, wapenstilstandslijnen. De Palestijnen die daar wonen zijn onrechtmatige indringers, en ook hun zogenaamde bezit is vogelvrij. Trouwens, of Palestijnen echt mensen zijn staat nog te bezien.

 

De toespraken van de gastheren worden beantwoord door een van de Israëlische ploeg, meestal een bestuurslid van PHR, waar ik de tekst ook van te voren van weet: wij komen niet alleen medische problemen oplossen en adviseren, maar ook om onze solidariteit te tonen met het Palestijnse volk. Dan gauw aan het werk, gedurende een paar uur proberen de nood te lenigen en voor de komende maand geneesmiddelen te geven. Na afloop altijd een maaltijd voor de Israëlische gasten en de belangrijkste Palestijnse gastheren. Ook vaste prik. En dan naar huis voor het donker.

 

Een patiënt, een klein verschrompeld mannetje met een prachtige rode kaffiya, zeker negentig jaar oud, vertelde mij in moeilijk verstaanbaar Engels dat hij sergeant was geweest onder Glubb Pasha in wat destijd Trans-Jordanië heette, en dat hij in de oorlog had gevochten (ik nam aan de Tweede Wereldoorlog, of was het tegen Israël in 1948? Ik vroeg het hem liever niet) en dat hij van de Britten nooit een pensioen had gehad. Of ik een brief wilde schrijven aan de Britse vorst. Hij salueerde voortdurend, en liet me een vergeelde foto zien uit zijn militaire dagen. Ik kon jammer genoeg niet veel voor hem doen.