Nieuwsbrief

 

Eldad Kisch

"Profiling"
Lees zijn column
 
Geef het andere Israël moed

Lees verslag 2015

Klik hier

 
 

Denk niet

'ik kan niets doen'

Klik hier

 

Column Eldad Kisch

Geen slecht mens

12-03-2012

 

Er komen nu steeds meer verhalen te voorschijn die er op wijzen dat de bezetting het leger en de politie afstompt en bruter maakt ten opzichte van de mensenrechten van Arabieren. Die verslagen hebben tot mijn spijt medische kanten, waar ook joodse artsen hun menselijkheid tegenover Palestijnen schijnen te vergeten.

 

In de winter van 2008 ontsloeg het ziekenhuis Sheba in Tel Hashomer voortijdig een zieke Palestijn, die illegaal in Israël verbleef, en daarenboven een autodief was. Nog steeds ziek, in zijn ziekenhuispyama en op blote voeten werd hij overgeleverd aan 'de autoriteiten', die niet beter wisten te doen dan hem te dumpen aan de kant van een verlaten weg. Na twee dagen werd zijn lijk daar gevonden. Niemand is hiervoor ooit op het matje geroepen, laat staan berecht. Bij uitzondering krijgt het Israëlische publiek over dit soort dingen iets te horen, en in het algemeen wil het er verder niets van weten. Het past niet in ons imago.

 

Naar aanleiding van de hongerstaking van Khader Adnan, die in het Israëlische ziekenhuis aan drie van zijn vier ledematen aan zijn bed was geboeid, met bewaking binnen de ziekenkamer van soldaten, schreef een oude vriend mij het volgende: ‘In de tweede wereldoorlog was ik ondergedoken met mijn familie, tot wij werden ontdekt [door twee landwachters]. Gedurende onze arrestatie raakte ik gewond door een mitrailleurkogel en ik werd naar een veldhospitaal van de SS overgebracht. Aan het voeteneind van mijn bed stonden twee Duitse, gewapende soldaten, en voor mij stond een nazi-arts. Deze arts legde de soldaten uit dat de principes voor het behandelen van een patient de aanwezigheid van soldaten niet toestaat. Hij eiste dat ze de behandelkamer zouden verlaten, maar de soldaten weigerden. Hij zei toen: "Jullie kunnen hem zelf behandelen", en begon zijn witte artsenjas uit te trekken, en pas daaarop verkozen de soldaten verder buiten de behandelkamer de arrestant te bewaken. Ik ben niet geboeid, niet gedurende de behandeling, en niet toen ik getransporteerd werd naar het kamp. Tot hier, en niet verder, de vergelijking van de behandeling door een nazi-arts en de behandeling die Khader Adnan ten deel viel.’

 

Ik sprak enkele dagen geleden met een aardige vrouwelijke arts uit mijn oude ziekenhuis. We zijn beiden gepensioneerd. Ze vroeg wat ik tegenwoordig deed. Ik vertelde dat ik medisch niet meer actief ben, behalve met mijn dokters over de Groene Lijn. Daarop trok ze een gezicht en zei: "Die Arabieren hebben ons zoveel kwaad gedaan, laat ze maar in hun eigen sop gaar koken", of iets in die geest. En zij is geen slecht mens.

We mogen dan wel de meeste Nobelprijzen winnen, maar ethisch worden we er niet beter op.

 

Als tegenwicht bij deze negatieve verhalen moet vermeld worden dat veel Palestijnse kinderen kundig en liefdevol in Israëlische ziekenhuizen behandeld zijn in heden en verleden.

 

Onze nieuwe Arabische rechter in het Israëlische Hooggerechtshof deed zeer duidelijk zijn mond niet open bij het zingen van het Hatikvah, het Israëlische volkslied. Daar werd schande van gesproken. Ten onrechte. Het is al jaren duidelijk dat onze minderheden geen joodse zielen hebben en ook geen 2000 jaar naar een joods land verlangd hebben. Dat hoeven ze dan toch ook niet luidkeels te zingen. Naar analogie zullen we moeten erkennen dat bij veel Nederlandse allochtonen geen druppel diets bloed door hun aderen vloeit.