Nieuwsbrief

 

Eldad Kisch

"Profiling"
Lees zijn column
 
Geef het andere Israël moed

Lees verslag 2015

Klik hier

 
 

Denk niet

'ik kan niets doen'

Klik hier

 

Column Eldad Kisch

Alar

03-03-2015

 

Juist nu er door Europa een hernieuwde golf van antisemitisme lijkt te waaien, is het nuttig om ons te bezinnen waar we in Israël mee bezig zijn. Dat dit mooie land een haven moet zijn voor elke Jood die zich onvelig voelt in zijn huidige woonplaats, lijkt mij algemeen geaccepteerd. Maar wordt het een modern Sparta, tot de tanden gewapend binnen een metershoge omheining, of een open land dat streeft naar normale betrekkingen met de directe buren? Dit laatste is de optie waar de Israëlische vredesbeweging in al haar uitingsvormen naar streeft. Deze laatse weken is het gevoel van niet weinig Israëli's zoiets van zie je wel, dat kan daar niet goed gaan, en in deze verkiezingperiode wordt van die bangmakerij gretig gebruik gemaakt. Ik kan me daar niet goed in mengen – ik heb mijn keuze ruim vijftig jaar geleden gemaakt, belast als ik ben met mijn eigen geschiedenis; maar dat blijft een persoonlijke zaak, de oplossing die mij past.


Ook in tijden van nationale kortzichtigheid blijven wij, die minderheid van 'Links', ons richten op normalisatie van banden met onze buren, in dit geval de Palestijnen op de bezette Westelijke Jordaanoever. Het werk van Physicians for Human Rights gaat door, zoals het werd voortgezet ook gedurende de laatste acties of oorlogen van Israël, in samenwerking met Palestijnse medische organisaties, om de medische verzorging op de bezette gebieden te verbeteren. Joodse en Arabische medische vrijwilligers gaan wekelijks op bezoek in steden en dorpen over de Groene Lijn om adviezen te geven en medicijnen te verdelen.

Ik neem aan dat u nooit van het dorp Alar gehoord hebt. Ik ook niet, tot afgelopen zaterdag, want toen bezochten we met mijn dokters dit plaatsje dat ten Noord-Oosten van Tulkarem ligt. Het zit prachtig op een berg, aan een weg die een dorp verder helemaal dood loopt, en je ziet op een heldere dag de zee en de schoorstenen van de electriciteitscentrale van Gedera duidelijk in de verte. Het dorp heeft achtduizend inwoners, met een vaste verpleegster en een arts drie maal per week.

Wij waren een zeer gemengd gezelschap ditmaal, zoals gebruikelijk met Joodse en Arabische Israëli's, en relatief veel lokale medische hulp.
Mijn vertaalster was een schattig Palestijns verpleegstertje uit ditzelfde dorp Alar, maar zij werkt gewoonlijk in een naburig dorp. Ze hielp mij in heel redelijk Engels met de patiënten. Meestal vertaalt er iemand uit onze eigen groep, maar ditmaal waren er kennelijk niet genoeg krachten aanwezig.

Ik had niet heel veel te doen, en we raakten aan de praat tussen de patiënten door. Toen ik uit het raam keek, in de richting van de zee, vroeg ik haar of ze daar ooit was geweest. Dat zou ze graag willen, 'maar dat kon niet'. Dat is toch een onaanvaardbare toestand!

Na het werk aten we gezamenlijk de gebruikelijke maaltijd met hummus en kip en sla. Een van mijn collega's keek naar dit idyllische samenzijn, en zei: 'Dit moet toch kunnen!' En natuurlijk kan het – maar wij communiceren hier op een bepaald, menselijk?, niveau. We hoeven niet te besluiten over of we Jeruzalem verdelen of niet, en ons ook niet druk te maken over de eventuele terugkeer van vluchtelingen, en het is niet aan ons te beslissen over de uiteindelijke grenzen. We zeggen tegen elkaar: "Vrede, inshAllah!" en laten de rest over aan kortzichtige politici.

En dan een woord over diezelfde collega, die zo vertederd keek. Deze arts, die trouw meedoet aan ons werk, heeft een broer verloren bij een Palestijnse terroristische overval op een bus, midden in Israël. Hij is bedroefd, maar niet verbitterd, en gaat door!

Nog een ander aspect van de vredesbeweging, die ondanks alles actief blijft. Enkele dagen geleden werd de Jeshajahoe Leibowitz prijs uitgereikt voor toenadering tussen Israëli's en Palestijnen. Een jaarlijks weerkerende gebeurtenis, georganiseerd door Yesh Gvul. Ditmaal aan Amira Hass en Ilana Hammerman, beiden publicisten en activisten, voor hun onvermoeide streven om een vergelijk in het Midden-Oosten naderbij te brengen en over het onrecht van de bezetting te rapporteren. In een welbezochte ceremonie werden beide vrouwen geëerd.