Eitan Bronstein van Zochrot
Palestijnse naamborden confronteren Israëli's met verleden
Door Hella Rottenberg
Eitan Bronstein kreeg het idee voor Zochrot (Herinneringen) tijdens een bezoek aan het Canada Park, een door Israël op de Groene Lijn gesticht natuurpark, niet ver van Jeruzalem. Hij leidde daar een groep Israëli's rond en legde uit dat zich in het park van het Joods Nationaal Fonds tot de oorlog van 1967 twee Palestijnse dorpen bevonden. "Eigenlijk zouden we hier borden moeten plaatsen, want anders moeten we het verhaal iedere keer opnieuw vertellen", dacht hij. Het is nu vier jaar later en de actiegroep Zochrot heeft het JNF ertoe gedwongen zelf de borden neer te zetten. Bronstein vertelt erover in Amsterdam, waar hij meedoet aan een conferentie over het verlaten Palestijnse dorp Lifta.
In het Canada Park, dat deels binnen de grens van 1967 ligt, deels op de Westelijke Jordaanoever, had het JNF borden staan waarop informatie werd gegeven over de geschiedenis van het terrein. Over de Hellenistische, de Romeinse, de Byzantijnse tijd kon de bezoeker allerlei bijzonderheden te weten komen. Maar over de Arabische dorpen, die er honderden jaren waren geweest, die pas in 1967 waren verdwenen en waarvan restanten goed zichtbaar waren, geen woord.
"De onderdrukking van de recente geschiedenis sprong op deze manier wel erg in het oog en schreeuwde om een reactie," zegt Bronstein. Met een aantal vroegere bewoners van de verwoeste dorpen Inwas en Yalu en inwoners van Neve Shalom (het binationale ‘vredesdorp' in Israël) toog Bronstein opnieuw naar het Canada Park, zette een informatiebord neer en liet folders achter. Het bord was na een paar uur al verwijderd. Twee dagen later werd Bronstein gebeld door een meneer Cohen, de JNF- beheerder van het park. Er ontspon zich een discussie. "Waarom mogen jullie wel borden plaatsen en wij niet?" vroeg Bronstein. Omdat de onze legaal zijn, en die van jullie illegaal, luidde het antwoord.
GEEN VERWOESTING
Na een lange weg door de bureaucratie - brieven aan het hoofdbestuur van het JNF, de militaire gezaghebbers, het ministerie van Justitie - gaven de autoriteiten toe en beloofden het JNF op te dragen de verwoeste dorpen duidelijk te vermelden. Maar in de praktijk gebeurde er niets. Pas nadat Zochrot zich tot het Hooggerechtshof had gewend, koos het JNF afgelopen april eieren voor zijn geld en zette een bord neer. De tekst was het resultaat van een compromis. De woorden verwoesting, verdrijving en vluchtelingen mochten er niet in voorkomen. Maar toch, een doorbraak.
Het bord is alweer door Israëlische bezoekers weggehaald. Bronstein had niet anders verwacht. "Dat is niet erg, het gebeurt overal. Het JNF moet het bord nu opnieuw neerzetten. Het leidt alleen maar tot hernieuwde aandacht voor de kwestie en dat is precies wat we willen", vindt hij. "We hebben het JNF aangeboden te helpen de geschiedenis te traceren van verdwenen Palestijnse dorpen op de plekken waar het JNF wouden heeft. Dan kan het JNF overal zulke gedenktekens opstellen. En anders zullen wij hen ertoe dwingen."
NAKBA ERKENNEN
Zochrot wil de joodse bevolking in Israël bewust maken van de verdrijving van de Palestijnen in 1948, de nakba (de catastrofe). Erkenning van de nakba, van het onrecht dat de Palestijnse bevolking is aangedaan, acht Zochrot een voorwaarde om tot een verzoening te komen. "Een vredesregeling kun je eventueel tot stand brengen, maar een verzoening niet, als wij de nakba blijven ontkennen", stelt Bronstein. "Ik heb een paar dingen begrepen in de loop der tijd. Het conflict zit heel erg diep en is geworteld in het begin van het zionisme, dat het land exclusief voor joden bestemde. Dat idee leidde uiteindelijk tot de nakba. Gelijke burgerrechten voor Arabische en joodse inwoners van Israël is niet genoeg, zoals veel linkse Israëli's denken. Wij joden hebben een verantwoordelijkheid om iets te doen, om een stap te zetten."
Eitan Bronstein (46 jaar) werd geboren in Argentinië en kwam op zijn vijfde met zijn ouders naar Israël. Claudio werd Eitan, wat ‘sterk', ‘stevig' betekent en verwijst naar het zionistisch ideaal van de gewortelde en flinke jood, die het heft in eigen handen neemt en zich niets meer laat afpakken. Hij vindt zijn Hebreeuwse naam een ironisch commentaar op zijn levensloop. Zijn ideeën over de Israëlische staat en maatschappij werden steeds scherper omlijnd tijdens zijn werk in Neve Shalom. In deze gemeenschap waar Arabische en joodse burgers van Israël wonen, organiseerde hij jarenlang allerlei gesprekken en projecten om het begrip tussen beide volken te vergroten. Toen Bronstein het idee voor Zochrot kreeg - de nakba in Israël zichtbaar maken - besprak hij dit met zijn collega's en vrienden van Neve Shalom. Zij vormen nu ook de kern van de organisatie.
TERUGKEER HEIKEL PUNT
Zochrot kiest ervoor in de eerste plaats zijn aandacht te richten op bewustwording over de nakba en de kwestie van terugkeer van gevluchte Palestijnen pas in tweede instantie aan de orde te stellen. Het is zo'n heikel punt, dat je volgens Bronstein niets bereikt, als je daarmee zou beginnen. De Israëlische bevolking is er niet rijp voor. Israëli's weten bitter weinig over de nakba. Pas als men de ontkenning voorbij is, kan over de volgende stap - herstel van onrecht - worden nagedacht, zo is de redenering van Bronstein en zijn medestanders.
Over de nakba is langzamerhand redelijk veel bekend, maar niet in het Hebreeuws. Zochrot verzamelt en vertaalt getuigenissen van verdreven bewoners, traceert de geschiedenis van Palestijnse dorpen, maakt daarvan kleine boekjes en houdt rondleidingen. Er komen vaak honderd tot tweehonderd mensen op af. Palestijnen die in Israël wonen en die iets willen te weten komen over de verdwenen dorpen en Israëli's die belangstelling hebben voor de geschiedenis van de Palestijnen. Ook zijn er meestal wel een of meer vroegere inwoners bij die hun herinneringen vertellen. "Er is altijd veel politie op de been," vertelt Bronstein, "hoewel er nog nooit iets is gebeurd."
HEFTIGE EMOTIES
Om Israël visueel te confronteren met de nakba, plaatst Zochrot borden met de oude naam van een dorp of een straat. Op een video, die Bronstein tijdens de conferentie in Amsterdam vertoont, is te zien welke heftige emoties zulke acties teweeg brengen. In de kustplaats Asjkelon, gebouwd op de plek waar voorheen het Arabische dorp Majdal stond, hangen actievoerders van Zochrot aan een lantaarnpaal, pal onder het bord "Herzl-straat", een bord op met de vroegere straatnaam. Meteen loopt er een omstander heen en rukt boos het bord eraf. Een vrouw probeert de man het bord weer uit handen te rukken. "Ik kom hier vandaan," roept zij, "ik ben hier geboren." "Ik woon hier", roept de man terug, terwijl ze aan weerszijden van het naambord staan te trekken.
Bij de joodse bevolking in Israël roept Zochrot grote weerstand op. Op acties die in de publiciteit komen, zoals het plaatsen van naamborden, volgen vaak honderden reacties via e-mail of chatboxen. Negentig procent ervan, vertelt Bronstein, is negatief, waarbij de deelnemers aan acties hartgrondig worden verwenst en als joodse zelfhaters worden gebrandmerkt. Soms gaat het verder. Bronstein krijgt wel eens telefoontjes, waarin hij bedreigd wordt met de dood. Hij neemt ze nauwelijks serieus. "Ik heb het nooit als een werkelijke bedreiging gevoeld."
NIEUW LESPROGRAMMA
Tegelijkertijd groeit de positieve belangstelling voor het onderwerp, vooral onder de jeugd. Scholieren en studenten stellen vragen en komen naar de bibliotheek van Zochrot om iets uit te zoeken over de geschiedenis van 1948. Er zijn leraren die meer over de nakba overbrengen dan de summiere paragrafen in de schoolboeken. Ze gebruiken soms getuigenissen uit de boekjes van Zochrot of nodigen Bronstein en zijn collega's uit om een les te verzorgen. Dit jaar werkt Zochrot met een groep leraren aan het ontwikkelen van een lesprogramma. De nieuwe minister van Onderwijs, Yuli Tamir, staat misschien open voor een proeflesprogramma op een school, hoopt Bronstein.
Stap voor stap probeert Zochrot de geesten rijp te maken voor volmondige erkenning van de nakba. Hoeveel tijd dat proces in beslag zal nemen, is niet te voorspellen. "Soms ontwikkelen de dingen zich sneller dan je denkt", zegt Bronstein optimistisch. "We denken vooruit." Sinds een half jaar verzamelt Zochrot 25 Israëlische deskundigen en activisten, die zich buigen over de praktische uitwerking van het recht op terugkeer van Palestijnse vluchtelingen. Wat moet je je erbij voorstellen? Wie, waar, hoe? Allemaal vragen, waarover de Israëlische bevolking niet wil nadenken, omdat erkenning van ‘recht op terugkeer' alleen maar een schrikbeeld oproept van miljoenen Palestijnen die de joden hun huizen uitjagen en het land overnemen.
Zochrot wil uitgangspunten formuleren, die dat schrikbeeld kunnen wegnemen en toch een erkenning van Palestijnse rechten inhouden. Zoals het principe dat niemand uit zijn huis zal worden gezet. Zochrot werkt in dit programma samen met Badil, een Palestijnse organisatie voor rechten van vluchtelingen, die een eigen werkgroep heeft gevormd. Bronstein: "Je kunt niet volstaan met erkennen dat er onrecht is geschied en dan sorry zeggen. Als je toegeeft dat je van iemand iets gestolen hebt, moet je het teruggeven of hem compenseren. Over de manier waarop dat moet gebeuren, daarover denken we na."
Bron: De Brug, ,juni 2006
