Nieuwsbrief

 

Eldad Kisch

"Profiling"
Lees zijn column
 
Geef het andere Israël moed

Lees verslag 2015

Klik hier

 
 

Denk niet

'ik kan niets doen'

Klik hier

 

De overval op New Profile

De overval op New Profile

Waar ik ‘eigenlijk' thuis ben?

Eind april stond plotseling de politie voor de deur bij Israelische vrouwen, die actief zijn in de actiegroep New Profile. Mirjam Hadar-Meerschwam is een van deze vrouwen en zij vraagt zich in dit artikel af hoe het zo ver met haar, een net, joods meisje uit Amsterdam, heeft kunnen komen.

 

door Mirjam Hadar-Meerschwam

 

Eigenlijk ben ik geen verenigingsmens. De eerste persoon meervoud komt me met moeite over de lippen, maar een van de mooie dingen in New Profile, de Israelische antimilitaristische organisatie waarvan ik nu zo'n tien jaar lid ben, is dat zulke denk- en spreekvormen juist onder de loep worden genomen, constant. Dit is een onderdeel van de feministische benadering waarmee de groep probeert te werken, in de eerste plaats ook intern. Daarom is het voorspelbaar maar niettemin schrijnend dat we nu van opruiing worden beschuldigd.

 

Autonoom denken

 

Een van de activiteiten van New Profile is namelijk het steunen - moreel, maar ook via juridisch advies - van dienstweigeraars. We geven informatie aan jonge mensen die hebben besloten dat ze niet willen dienst nemen: officieel gepubliceerde informatie over de officieel toegestane routes naar ontheffing van militaire dienst. Opruiing is natuurlijk wettelijk strafbaar. Maar omdat New Profile zoveel nadruk legt op het belang van autonoom en kritisch denken (vooral in tijden van een gewelddadig gewapend conflict en bezetting), is het prediken en aanmoedigen dat de term 'opruiing' impliceert eigenlijk per definitie onmogelijk.

Invloed leger

Ja - we zijn allemaal uitgesproken tegen de bezetting. Ja - we hebben gedemonstreerd toen het Israelische leger met al zijn macht en kracht op de opgesloten bevolking van Gaza neersloeg. Ja - wij denken dat het leger een hiërarchische, seksistische en repressieve organisatie is en dat zo'n organisatie een diepe en vormende invloed heeft op een hele burgerbevolking, die niet ten goede komt van het welzijn van de maatschappij. En dat het leger bovenal de mogelijkheid blokkeert tot een niet-gewelddadige oplossing van het conflict hier, tussen Israelische joden en Palestijnen.

 

Protest voor het politiebureau in Tel Aviv tegen aanhouding New Profile leden

Foto: Meni Berman, Active Stills

 

Voorwaardelijk vrijgelaten

 

Nu ik - met nog wat andere leden van New Profile - eind april door de politie ben ondervraagd, voorwaardelijk ben vrijgelaten en mijn computer is geconfisqueerd, vraag ik me af hoe het met mij zover is gekomen.


In 1967 (ik was toen elf jaar) stond ik nog achter Israel, en in 1973 bood ik me vergeefs aan als vrijwilligster toen het alweer oorlog was. Maar tussen 1967 en 1973 was ik me schemerig bewust geworden van Vietnam en Renate Rubinsteins boek Jood in Arabië, Goi in Israel was verschenen.

/* Style Definitions */ table.MsoNormalTable {mso-style-name:Standaardtabel; mso-tstyle-rowband-size:0; mso-tstyle-colband-size:0; mso-style-noshow:yes; mso-style-parent:\"\"; mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; mso-para-margin:0cm; mso-para-margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:10.0pt; font-family:\"Times New Roman\"; mso-ansi-language:#0400; mso-fareast-language:#0400; mso-bidi-language:#0400;}

 

Renate Rubinstein

 

In mijn omgeving - van voornamelijk Oost-Europese joden, overlevenden van de Tweede Wereldoorlog - werd dat boek over het algemeen genegeerd, maar voor en na ons avondeten werd het een poos lang met kwade geestdrift besproken. Wat begreep ik? Een vrouw die haar mond opende en hoogstwaarschijnlijk gek was, die Renate Rubinstein met haar edele Duits-joodse naam, 'querulant', verraadster, en 'waarschijnlijk diep ongelukkig'.


Toen ik in 1975 voor een jaar (dacht ik) naar Israel vertrok, ging ik al met de gedachte dat ik het zionisme waarmee ik was opgevoed nu eens zelf tegen het licht moest houden. Tot dan had ik Israel bezocht met mijn ouders. Ons eerste bezoek was in 1968. We zagen toen door zomers stof bedekte bewijzen van de recente 'overwinning': het 'herenigde Jeruzalem' en een klein Palestijns gat, Hebron, met bedelende kinderen en ouderen met zieke, door vliegen geplaagde ogen. Volgens de gids lagen daar onze voorvaders en moeders begraven. En een kapotte - voorbarige - Syrische triomfboog op de Golanhoogten.

 

Quasi-koloniale ervaring

 

Op bezoek bij familie in Tel Aviv - ook overlevenden uit Oost-Europese landen - voelde ik me bewonderd als een prinsesje uit de 'beschaafde wereld'. Ik was me hiervan bewust, ik genoot ervan en was trots, maar voelde me tegelijk beschaamd. Aan het strand van Natanja vroegen oudere jongens alle joodse meisjes uit het buitenland of ze wisten hoe laat het was met beide ogen gericht op de bovenste bikini-helft. Weer dat gemengde, ongemakkelijke gevoel van geflatteerdheid en gêne. Mijn eerste quasi-koloniale ervaring.

 

Abba Eban

 

Tegen mijn eindexamen, bij wijze van voorbereiding op mijn aanstaande jaar in Israel, las ik zionistische literatuur. Opgevoed onder het motto 'we horen eigenlijk in ', op de joodse scholen van Amsterdam, had ik toch weinig opgestoken van de relevante historisch-ideologische redeneringen. Nu las ik daarom Herzl (geen groot schrijver, leek me), Abba Eban (de liberale redelijkheid zelve, en zijn Engels was uitstekend - dat deed goed), en nog wat andere boeken.

 

Oproerpolitie arresteert feministische activisten
Foto: Shachaf Polakow, Active Stills

 

Niet meer te redden

 

Maar ik was al niet meer te redden voor het nationalisme, ook niet het joodse. Toen ik mijn eerste onafhankelijke jaar in Israel doorbracht, manifesteerden zich voor mij de diepe culturele en sociale kloof tussen westerse joden en joden uit het Midden-Oosten, de problematische macht van joodse religieuze politieke partijen, de arrogantie van de 'progessief' denkende 'Arbeiderspartij' - Israeli's die het beter wisten dan alle andere (Palestijnse, niet-westers joodse) arme sloebers en het beter met hen voorhadden.


Waarom hoorden we 'eigenlijk' in Israel? Het is een zielsbedroevend 'eigenlijk' - de ontluisterde fantasie van, bijvoorbeeld, mijn ouders. Van jongs af aan ontheemd, altijd ergens 'te gast', en niet bepaald welkom.

 

Ongemakkelijk bestaan

 

Ik heb geen idee van mijn stamboom: in een rommelig bestaan als dat van ons soort joden is een stamboom vaak niet meer te reconstrueren. Toen mijn ouders, min of meer alleen overgebleven na de grote moordpartij, zich in Amsterdam vestigden, waren ze veroordeeld tot een ongemakkelijk bestaan. Ze waren jong, intelligent - de levenslust is soms onverwoestbaar ook na het ondenkbaar allerergste - en ze slaagden opmerkelijk goed in veel opzichten.

 

Maar ze hielden zich klein, ze bleven thuis en gingen voorzichtig op vakantie, in de zomer. De voorspelbare ironie was dat ik, al geboren in veiligheid en welstand, geen 'eigenlijk ergens horen' meer hoefde. Mijn ouders, die zich diep aan het joods nationalisme gehecht hadden, bleven in Amsterdam, terwijl ik, die vrij vroeg begreep dat het zionisme voor mij geen boodschap had en aan wie, misschien erger nog, het zich als een bron van onrecht en geweld manifesteerde, juist het grootste deel van mijn volwassen leven hier, in Israel leef.

 

Verpauperde bevolking

 

Ik heb gekozen, dat weet ik. Omringd door mensen die er anders dan ik over denken, weet ik dat je de Palestijnse arbeiders die in mijn eerste winter hier, de winter van 1975, hard werkten aan de 'wederopbouw' van de joodse wijk van Jeruzalems oude stad ook zo kon zien: een onderontwikkelde, verpauperde bevolking die nu tenminste beter betaald werk vond.

Men zei dat de joden altijd aanwezig waren geweest in de oude stad, en het waren per slot de families van de huidige arbeiders die hen hadden verjaagd en hun woningen hadden ingenomen. Zelfs in 1975, toen het woord 'kolonialisme' me nog vreemd was, koos ik tegen deze zienswijze.

 

Driejarig zoontje


Toen mijn drie jarige zoontje werd aangeraden van zich af te slaan in de kleuterschool hier in Ramat Hasharon, 'omdat we ons allemaal moeten leren verdedigen, want zo is het nu eenmaal in de realiteit', maakte ik mijn andere keuze en leerde ik hem geweld zoveel mogelijk te vermijden.


Toen hij wat groter werd schreef ik genante brieven naar de schoolleiding om te vragen waarom kinderen op een schoolreisje zonodig naar gedenkplaatsen voor gevallen soldaten moesten; voordrachten moesten aanhoren van voormalige soldaten die kwamen vertellen over indrukwekkende strijdervaringen; cursussen kregen genaamd 'voorbereiding op het leger en het familieleven... Antwoorden kreeg ik meestal niet.

 

Commando-eenheden zijn de beste

 

Op Misha's voormalige middelbare school ziet het er nu zo uit: de ingangshal heeft drie permanente 'tentoonstellingen'. Een ervan is een grote poster met een foto van Gilad Shalit die nu al meer dan 1000 dagen door Hamas gevangen gehouden wordt; op die poster wordt iedere dag een cijfer veranderd aan de oplopende telling. Dan is er een even groot bord waarop het leger zijn verschillende eenheden aanprijst aan de rekruten in spe, onder de leuze: Kravi, ze hachi, achi (commando-eenheden zijn de beste, broeder).

 

Tenslotte, min of meer recht hier tegenover is er de zwarte 'vereeuwigingsmuur' - geflankeerd door een treurig hangende, kleine vlag. Hier worden de namen van alle gevallen soldaten die ooit op deze school leerden, bijgehouden. Ik heb niemand ooit een opmerking horen plaatsen over deze stille driespraak bij de schoolingang. Het is deze stilte die ons in New Profile zo verontrust.

 

Stilte

 

Of de stilte over het feit dat een maatschappij waarin de militaire dienst zo een grote rol
speelt, niet geneigd is kinderen op te voeden met kritisch denken, pluralisme en gelijkheid. Legers - ieder kleuterjongetje leert zich al te verheugen op zijn tijd als militaire held - hebben gehoorzame burgers nodig. Hoewel het Israelische leger zeer moreel denkt te zijn, heeft het vanzelfsprekend minder geduld voor meisjes en jongens die het moeilijk hebben met streng hiërarchische organisaties, die nog niet zeker zijn over hun seksuele identiteit, over wat ze denken van wapens, geweld en het 'Palestijnse probleem'.

 

Genoegdoening

 

Op school wordt dan ook veel nadruk gelegd op een wat conservatieve, zeer duidelijk vaderlandslievende opvoeding. Homoseksualiteit wordt niet genoemd, Palestijnen zijn een 'probleem', niet echte mensen, Israel wordt gepresenteerd als de joodse wraak en genoegdoening na de Holocaust, en wie twijfelt aan het recht van het zionisme is of een antisemiet of een joodse zelfhater. Gehuld in de Israelische vlag - een enorme Davidsster als een kruis op hun rug- bezoeken bussen vol Israelische scholieren de vroegere concentratiekampen en zingen luidkeels dat het 'volk van ' leeft.

 

Hannah Arendt


Hannah Arendt, die drommels goed wist wat antisemitisme was en de gevolgen ervan aan eigen lijf heeft ondervonden, waarschuwde al voor de oprichting van de joodse staat: niet alleen voor de gevaren van het etnocentrisme en de verwarring tussen religie en staat die niet strookt met democratische waarden, maar nog specifieker zag ze met bezorgdheid hoe Israel, kiezend voor een politiek van defensie en confrontatie jegens haar Arabische, niet-westerse, omgeving binnen de kortste tijd een leger-staat zou worden.

 

Jij hebt gemakkelijk praten!

 

Veel Israeli's zeggen: Gemakkelijk praten! Beschermd opgegroeid in Holland, nooit zelf in het leger geweest, in je leuke doorzonwoning in een buitenwijk van Tel Aviv. Wat kan het jou schelen, met je Hollandse paspoort - als ze hier de boel opblazen kun je je biezen pakken. Waar moeten wij heen?

 

Ik heb hier veel op te zeggen, maar dankzij mijn recente ervaringen op het politiebureau van het Dan District weet ik nu dat zelfs een net meisje uit Amsterdam, en joods nog wel, haar meest essentiële vrijheden kan zien ingeperkt. Ze mag dan wel 'genieten' van haar positie als buitenstaander - maar ze kan ook serieus buitengezet worden - met de schijnwerper gericht op haar en haar vriendinnen die met behulp van justitie, politie en media worden voorgesteld als vijanden van de maatschappij. Niets is simpel hier.